KROON-EDUCATIE      werving – selectie - opleiding

 

               HOME

 

 

          Meer over de eind- en toetstermen.

 

      

                    EINDTERMEN:

         

          A. De taxatie.

          De kandidaat:

     1. kan op basis van het doel van de taxatie een juiste opdracht voor de taxatie formuleren

     2. kan op basis van de opdracht voor taxatie vaststellen welk(e) object(en) getaxeerd moeten worden

     3. kan op basis van het doel van de taxatie vaststellen welke waarden hiervoor bepaald moeten worden

     4. kan op basis van één of meer waardebepalingmethoden de volgende waarden van een woning vaststellen:

     a. onderhandse verkoopwaarde, vrij van huur en gebruik b. onderhandse verkoopwaarde in verhuurde staat c. executiewaarde bij eigen gebruik

     d. executiewaarde vrij van huur en gebruik

     e. executiewaarde in verhuurde staat f. economische huurwaarde g. waarde in het economisch verkeer (WOZ) h. herbouwwaarde

 

     en kan dit tevens zowel voor- en/of na verbouwing

     5. kan op basis van één of meer waardebepalingmethoden de volgende waarden van bedrijfsonroerend goed vaststellen: a. onderhandse verkoopwaarde, vrij van huur en gebruik

     b. onderhandse verkoopwaarde in verhuurde staat c. executiewaarde vrij van huur en gebruik d. executiewaarde in verhuurde staat e. economische huurwaarde

     f. waarde in het economisch verkeer (WOZ)

          g herbouwwaarde h. vervangingswaarde (WOZ) i. pachtwaarde (in geval van agrarisch onroerend goed)

 

     en kan dit tevens zowel voor- en/of na verbouwing

     6. kan op basis van een taxatie de waarde van een object bepalen met een nauwkeurigheid waarbij de afwijking kleiner of gelijk aan 10% van de vastgestelde waarde is.

     Voor de executiewaarde geldt dat de toegestane afwijking kleiner of gelijk aan 2% van het vastgestelde percentage is.

     7. kan bepalen welke taxatiemethoden hij moet gebruiken om een gegeven waarde te bepalen

     8. kan voor het vaststellen van de waarden van een woning de volgende taxatiemethoden toepassen: a. de vergelijkende methode b. de huurwaardemethode

     c. de kuberingsmethode d. de retrospectieve methode e. de vervangingswaarde methode f. de residuele waardemethode

     9. kan voor het vaststellen van de waarden van bedrijfsonroerend goed de volgende taxatiemethoden toepassen: a. de vergelijkende methode

     b. de huurwaardemethode c. de kapitalisatiemethode d. de kuberingsmethode e. de bouwdeelkosten methode e. de vervangingswaarde methode f. de residuele waardemethode

     g. de bruto aanvangsrendement methode h. de netto aanvangsrendement methode

     10. kan vaststellen of een object courant is

     11. kan de, voor de taxatie noodzakelijke, gegevens destilleren uit de volgende documenten: a. het kadastraal uittreksel b. het eigendomsbewijs

     c. de huurovereenkomst d. de bouwtekeningen e. het bestemmingsplan f. een milieurapportage (bijvoorbeeld over bodemvervuiling ter plaatse)

g. Overeenkomst VVE

     12. kan waardebeïnvloedende zakelijke rechten als erfpacht, vruchtgebruik, recht van opstal, overpad, gebruik en bewoning in de hem ter beschikking staande documenten achterhalen

     13. kan een juiste beschrijving geven van de ligging, de stand en belendingen van het object

     14. kan relevante omgevingsfactoren vaststellen die de huidige waarde van het object substantieel beïnvloeden

     15. kan relevante omgevingsfactoren vaststellen die de toekomstige waarde van het object substantieel zullen gaan beïnvloeden

     16. kan op basis van eigen waarnemingen de bouwaard, de constructie en de gebruikte materialen vaststellen

     17. kan op basis van eigen waarnemingen de aard, de globale ouderdom en globaal de staat van onderhoud vaststellen van de belangrijkste installaties en voorzieningen in het object

     18. kan op basis van eigen waarnemingen de onderhoudstoestand van het object vaststellen

     19. kan essentiële constructiefouten en gebreken in het object herkennen en vastleggen   

            20. kan een globale schatting maken van de kosten voor (achterstallig) onderhoud en / of bouwkundige gebreken van het object

     21. kan op basis van eigen waarnemingen vaststellen of er op het moment van de taxatie sprake is van bouwactiviteiten (renovatie, nieuwbouw, aanbouw)

     22. kan van bouwactiviteiten globaal de status vaststellen

     23. kan vaststellen welke invloed een verhuurde staat heeft op de waarde van het object

     24. kan waardebeïnvloedende publiekrechtelijke aspecten als bijzondere vestigingseisen, voorkeursrecht, verkoopbelemmerende factoren,

     monumentenzorg en toekomstige planologische ontwikkelingen in de hem ter beschikking gestelde documenten achterhalen

     25. kan de waardebeïnvloedende aspecten van de Wet Huurprijzen Woonruimte en / of de huurwetgeving (BW en Huurwet) en / of de Pachtwet inpassen in de taxatie

     26. kan op basis van eigen waarnemingen, locale kennis en ter beschikking gestelde documentatie vaststellen of er in of in de nabijheid van het object milieubelastingen

     en / of verdenkingen van milieubelastingen zijn die van invloed zijn op de waarde

 

      B. Rapportage De kandidaat:

     27. kan de resultaten van zijn taxatiewerkzaamheden van de gegeven woning duidelijk en volledig schriftelijk vastleggen in een standaardformulier (taxatierapport)

     28. kan een schriftelijke onderbouwing geven van de door hem vastgestelde waarde van de gegeven woning

     29. kan de resultaten van zijn taxatiewerkzaamheden van het gegeven bedrijfsonroerend goed duidelijk en volledig schriftelijk vastleggen in een standaardformulier

     30. kan een schriftelijke onderbouwing geven van de door hem vastgestelde waarde van het gegeven bedrijfsonroerend goed

 

      C. Actuele, locale en regionale kennis De kandidaat dient aan te tonen dat hij/zij kennis kan vergaren van eventuele lokale en/of regionale verschillen.

          De kandidaat:

     31. kent de gangbare hypotheekvormen

     32. kent de actuele rente in relatie tot de aflossingsvormen van deze gangbare hypotheekvormen

     33. kent de gangbare procedures van het loven en bieden, opties en voorkeursrechten die gevolgd moet worden bij de koop cq. verkoop van een onroerend goed

     34. kent (indien van toepassing) de bijzondere locale vormen van verkoop – zoals een openbare verkoping – en weet welke rol hij daar kan hebben

     35. kan in hoofdlijnen aangeven hoe de vraag en aanbod verhoudingen in bepaalde sectoren en / of doelgroepen liggen

     36. kan bij een gegeven object aangeven welke wettelijke voorschriften voor huur en verhuur van toepassing zijn

     37. kan bij een gegeven object aangeven wat de economische risico’s zijn van verkoop dan wel aankoop in verhuurde staat

     38. kent de hoogte en de bijzonderheden van de locale tarieven van: a. onroerende zaakbelasting b. gemeentelijke belastingen c. waterschapslasten

     39. is op de hoogte van relevante gemeentelijke subsidies

     40. is globaal op de hoogte van de gemeentelijke vestigingseisen

 

           

     41. kan bijzondere waardebeïnvloedende factoren benoemen die specifiek zijn voor een gegeven locale situatie in het (voorgenomen) werkgebied van de kandidaat

     42. is op de hoogte van de locale (en / of regionale) planologische voornemens en voortgang daarin

     43. kan de gevolgen van een wijziging in het bestemmingsplan voor een locatie overzien inzake de waarde van de zich daarop bevindende objecten

     44. is op de hoogte van de locale grondprijzen (en indien van toepassing kavelprijzen)

     45. is op de hoogte van uitgifteprijzen van erfpacht

    46. is op de hoogte van relevante locale procedures en uitgangspunten bij heruitgifte van erfpacht

     46. is op de hoogte van locale marktprijzen van courant onroerend goed

     47. is op de hoogte van locale milieuproblematiek, zoals bodemvervuiling, (periodieke of incidentele) geluidshinder en luchtvervuiling

 

           

D. Advisering De kandidaat:

     48. weet dat voor het kunnen adviseren inzake herbestemming de volgende informatie noodzakelijk is (in aanvulling op de informatie ten behoeve van verkoop):

     a. structuurplan b. streekplan c. stedenbouwkundige visie van de gemeente

     49.weet dat voor het kunnen adviseren inzake projectontwikkeling de volgende informatie noodzakelijk is (in aanvulling op de informatie ten behoeve van verkoop):

     a. stedenbouwkundige visie van de gemeente

     50. weet dat voor het kunnen adviseren inzake belegging de volgende informatie noodzakelijk is (in aanvulling op de informatie ten behoeve van verkoop):

     a. kwaliteit van de huurder(s) b. bijzondere in het verleden gemaakte afspraken tussen huurder en verhuurder

     51. kan met behulp van de aan hem verstrekte informatie en – indien van toepassing – op basis van eigen waarneming,

     advies geven over een object inzake herbestemming, belegging of projectontwikkeling

     52. kan aangeven welke locaties in de regio aantrekkelijk zijn voor een voorgenomen vestiging van een – nader te specificeren – bedrijf (zoals winkel, overslaghal, productiebedrijf of kantoor)

         

          Elke kandidaat krijgt een toets die bestaat uit drie onderdelen:

     1. De taxatie van een woning

     2. De taxatie van een bedrijfsonroerend goed

     3. Schriftelijke vragen.

 

Toetsmatrijs Onderdeel

Weging

Taxatie woning

Taxatievaardigheden

Rechercheren

70 %

30 %

Taxatie bedrijfspand

Taxatievaardigheden

Rechercheren

65 %

35 %

Schriftelijke vragen

Actuele, locale en regionale marktkennis

Advisering

80 %

20 %

 

         


Toetsmatrijs, puntenverdeling en cesuur

 

 

         

Puntenverdeling en cesuur Puntenverdeling vanaf september 2008 SVMNIVO Praktijktoets

Wonen/MKB Makelaar-taxateur onroerende zaken

Onderdeel

Subonderdeel

Punten

Taxeren woning

Opdracht/Opname

A

5

Object

B

5

Doel van de taxatie

C

3

Waarderingen

D

601

Onderbouwing waardering

102

Bijzondere aandachtspunten

F

4

Privaatrechtelijke aspecten

G

20

Omschrijving object en omgeving

H

503

Onderhoudstoestand

I

15

Verontreiniging

J

13

Eigen bewoning/Bewoning derden

K

5

Onderbouwing waardeoordeel

L

35

Publiekrechtelijke aspecten

M

15

Nieuwbouw/Nadere mededelingen

N

5

Invullen herbouwwaardemeter

15

TOTAAL MAXIMAAL AANTAL PUNTEN

260

CESUUR (70%)

182

Taxeren bedrijfspand

Opdracht/opname

A

5

Object

B

5

Doel van de taxatie

C

3

Waarderingen

D

204

Privaatrechtelijke aspecten

F

15

Publiekrechtelijke aspecten

G

15

Omschrijving object en omgeving

H

305

Onderhoudstoestand

I

17

Verontreiniging

J

15

Huursituatie

K

10

Onderbouwing waardeoordeel

L

20

Verbouwing/Nadere mededelingen

M

15

Berekening diversen

1106

TOTAAL MAXIMAAL AANTAL PUNTEN

280

CESUUR (70%)

196

Schriftelijke vragen

Actuele, locale en regionale kennis

Per vraag 10 punten

TOTAAL MAXIMAAL AANTAL PUNTEN

200

CESUUR (60%)

120

 

          Bron: svmninvo